Dhaulagiri route

Nepal

land van goden en bergen

Dhaulagiri Trekking (Banglung - basiskamp - Jomosom)

 

Inleiding:

 

De Dhaulagiri letterlijk: "witte berg") is een 8.167 meter hoge berg die deel uitmaakt van de Nepaese Himalaya. Het is de op zes na hoogste berg ter wereld.

 

Naast de hoogste top, Dhaulagiri I, kent de Dhaulagiri nog vijf andere toppen, die in hoogte variëren van 7.268 tot 7.751 meter. De Dhaulagiri I vormt de meest westelijke achtduizender in Nepal waardoor de wind veel grip heeft op de berg. De Dhaulagiri I wordt door een dal gescheiden van de lagere toppen.

 

De aanloop naar het Dhaulagiri-massief loopt door het westelijke heuvelland van Nepal. Kleine dorpjes met uitgestrekte rijstterrassen worden afgewisseld met oerwoudachtige bossen met veel tropische planten en bamboe. De paden leiden hier en daar langs steile afgronden en zijn soms maar één voet breed. Overal komen watervallen naar beneden in het dichte en vochtige oerwoud. Over de zijriviertjes liggen primitieve bruggetjes, een enkele keer zelfs maar 1 boomstam. Omdat de Rond Dhaulagiri trek leidt over twee passen van boven 5.000 meter, waartussen je niet veel kan afdalen, is een goede acclimatisatie van het grootste belang.

 

Een trekking naar het basiskamp van de Dhaulagiri is geen lachertje en dan ook de tocht bij uitstek voor ervaren trekkers.

 

Het parcours vertrekt rond de 900m om langzaam te stijgen naar de 5.300m met als hoogtepunten de oversteek van de French Pass (5.330 m) en Dhampus Pass (5.250 m) met daar tussenin de Hidden Valley (Verborgen Vallei) waar de tenten worden opgeslagen.

 

Op de laatste hoge pas, de Dhampus pas (5n.200 meter), hebben we weer een schitterend zicht op de Annapurna keten, de Mustang vallei diep beneden je en naar het noorden toe gekleurd in de typerende gele, grijze en rode woestijntinten

 

Kaart

 

 

 

 

 

 

De vertrek- en retourdatum kan je zelf bepalen daarna maken we een offerte rekening houdend met de duur van de tocht en het aantal deelnemers.

 

 

 

Moeilijkheidsgraad: Zie ook info moeilijkheidsgraad

 

 

 

 

Vliegtuigmaatschappijen: Qatar Airwaysn, Etihad Airlines en Turkish Airways

 

DAG TOT DAG BESCHRIJVING

 

Heen en terugreis

 

Voor sommige tochten zijn er meerdere vertrekdata voorzien, hierdoor kan het zijn dat de reizigers voor of na de trekking enkele dagen in Kathmandu verblijven. Deze tijd kunnen ze nuttig gebruiken om een bezoek te brengen aan de bezienswaardigheden van de Kathmanduvallei.De dag tot dag beschrijving omvat dus alleen de trekking.

 

DAG 1 - Kathmandu (1.400m) - Baglung (740m)

 

Om 5h worden we gewekt en na het ontbijt vertrekken we per bus naar Banglung beginpunt van de trekking. We nemen de door Chinezen aangelegde Pritvi Highway die meekronkelt met de Mahesh Khola (Khola = rivier), die in Simpani samenvloeit met de wildstromende Trisuli Khola. In MUGLING, dorp op de samenvloeiing van de Trisuli en Marsyangdi Khola, stoppen we voor de lunch. Nadien rijden we door tot Pokhara, een belangrijk handelsoord en gelegen bij het prachtige Phewameer.Vanaf Pokhara gaat het langs een nieuw aangelegde weg tot Banglung, eindpunt van de berijdbare weg. We overnachten bij de rivier.

 

DAG 2 - Baglung (740m) - Beni (850m)

 

Via de boorden van de Myagdi Khola bereiken we Beni. De weg loopt langs typische dorpjes en rijpende rijstvelden. De aanwezigheid van vele regeringsgebouwen verraden dat dit dorp een distrikthoofdplaats is. Ook hier wordt weer onze identiteit gekontroleerd.

 

DAG 3 - Beni (850m) - Babichor (950m)

 

Nog steeds lopen we door een streek die een stuk lager ligt dan Kathmandu. Het zal dus erg warm zijn. Fruit is overal langs de weg te koop: bananen en suntalla's (soort mandarijnen) zijn erg lekker. Van Beni gaat het via Beni Mangalghat met zijn rij winkeltjes, naar een desolaat en heuvelachtig gebied. Wanneer het aantal huizen toeneemt, naderen we Singa, onze lunchplaats. Voor we door de velden trekken, die ons naar Tato Pani (Tato= warm, pani = water) brengen, komen we voorbij een warmwaterbron. De ene hangbrug volgt na de andere, te veel om op te noemen. Na Shiman en Talkot gaat het nog even omhoog en komen we in Babichor.

 

DAG 04 - Babichor (950m) - Darbang (1.030m)

 

Langs de talrijke terrassen opgebouwd vanaf de boorden van de Myagdi Khola trekken we verder. Het eerste dorpje op onze weg is Shahasharadhara (wat een naam). Even verder kruisen we de Duk Khola die uitmondt in de Myagdi Khola. Vanaf Ratorunga, met zijn kleine bazaar en theehuis (waar nu ook bier en cola wordt verkocht), eindigen de wijde valleien met hun veelvuldige terrassen. De vallei wordt smaller, en na weer tientallen keren op en neer te zijn gelopen, komen we in een naar Nepalese normen groot dorp. Darbang is de naam. De weg wordt afgezoomd met een lange rij bazaars. We overnachten op het speelplein van de plaatselijke school.

 

DAG 05 - Darbang (1.030m) - Sibang (1.720m)

 

Het eerste dorpje dat we doortrekken is Phedi. Zijn 2 theehuisjes liggen geflankeerd tegen de steile rotswanden. Phedi betekent: halfweg. We zigzaggen langzaam naar boven door de met pijnbomen begroeide oever van de rivier. Het volgende dorp wordt Dharapani. Wat "pani" betekent, wisten we al maar "dhara" is wel nieuw. Onderweg willen de dragers ook wel even rusten. Om hun zware last niet altijd op de grond te moeten neerzetten, hebben ze een soort tafeltjes gebouwd. De onderkant van hun Doka of draagmand past juist op deze tafeltjes, in het Nepalees "chautara" geheten. We bivakkeren op het speelplein van het schooltje van Sibang.

 

DAG 06 - Sibang (1.720m) - Muri (1.840m)

 

Door het bos komen we in Mattim. Vanaf een uitstekende rots hebben we een prachtig zicht op de Dhaulagiri. We dalen af tot de Gotti Khola en lopen langs een richel tot Phalai Gaon (1.810 m). 0ver een aantal zwiebelende hangbruggen en tussen de rijstterassen bereiken we Muri waar we vandaag ons kamp opstellen. De huisjes zijn op terassen gebouwd en liggen kort bij mekaar. De inwoners zijn Magars.

 

DAG 07 - Muri (1.840) - Boghara (1.990m)

 

Vanuit dit dorp gaat het pad tussen de terrassen naar de Dhora Khola. We trekken de brug over en beklimmen de berghelling aan de overzijde tot Ghorban Dhara. Vanaf deze plaats hebben we voor de eerste maal een prachtig zicht op de Ghustung South (6.465 m). We trekken verder langs het dorp Jugapani dat gebouwd is langs het bergpad. En weer komt het woord "pani" voor in de dorpsnaam. Maar ook bij ons bestaat zoiets: wie kent niet Waterloo, Watermaal, Waterschei, enz. Door een bos dalen we af naar Boghara waar we overnachten.

 

DAG 08 - Boghara (1.990m) - Dobang (2.400m)

 

Via een pad waar het steeds hard waait komen we in Jyardan, een afgelegen dorp. De vallei wordt alsmaar smaller en stilaan verdwijnen de rijstvelden om plaats te maken voor kleine graanterrasjes. Tussen Lipshe en Dobang trekken we door een dicht bos. Voor we de kampplaats van Dobang bereiken, trekken we door een plaatsje Lapche Kharka genaamd. (kharka = berghut waar herders soms met hun familie verblijven tijdens de zomermaanden).

 

DAG 09 - Dobang (2.400m) - Chartare (2.820m)

 

Terwijl we verder de bergen in trekken, verliezen we de ons bekende Myagdi Khola even uit het oog. Na Dobang lopen we langs een houten brug over de Konabon Khola, een rivier die ontstaat uit het smeltwater van de Konabon Gletsjer. En weer trekken we het bos in. Op het einde van onze klim daagt van tussen de takken de majestueuze westflank van de Dhaulaghiri I op. Spoedig duikt de Myagdi Khola weer op. Een houten brug met leuning brengt ons weer naar de overzijde en weer zitten we in het bos. We trekken omhoog over de Pakite Khola. In het verlengde van deze rivier zien we de Jirbang (6.062 m). Na deze rivier komen we op een klein plateau waar we onze kwartieren opslaan. Het plaatsje heet Chartare en ligt op 2.820 m. Een klein beekje stroomt door het veld en maakt van deze plaats een ideale "kharka" waarvan we nog alleen de overblijfselen terugvinden.

 

DAG 10 - Chartare (2.820m)- Pakabon (3.585m)

 

Al is onze aanloop heel langzaam verlopen, toch is het mogelijk dat sommige mensen reeds met symptomen van hoogteziekte gekonfronteerd worden. Denk terug aan de tips die verder in deze brochure werden gegeven en neem geen onnodige risiko's.Nu komen we echt in het hooggebergte. Na een tijdje lopen komen we voorbij twee kleine grotten die zowel door de herders als door de dragers worden gebruikt als bivakplaats.We verlaten de bossen en lopen door een met rotsen bezaaid landschap. We volgen een korte periode de Choriban Khola en steken deze over. Achter ons duikt langzaam de witte Manapati (6.380 m) op uit het niets. Na een steile helling versmalt het pad en doorheen het bos bereiken we Puchhar, een klein grasveld. We steken een kleine gletsjer over die ontstond op de westflank van de Dhaulaghiri. We beklimmen de overzijde tot we een uitgestrekt weiland bereiken. Deze plaats heet Pakabon (3.585 m) en we zullen hier overnachten. Vanuit uw tent hebt u een prachtig zicht op de westflank van de Dhaulaghiri I.

 

DAG 11/12 - Pakabon (3.585m) - Dhaulagiri Basis Kamp (4.750m)

 

Daar we om het basiskamp te bereiken 1.365m moeten stijgen, gaan we de trip spreiden over twee dagen. Tussen de morenen, die gevormd werden door de CHHONBARDAN gletsjer, gaat het naar boven tot een rotsachtige klip.Van deze klip dalen we terug af in een dal gevuld met sneeuw en gevallen stenen. Even verder wringen zowel wij als de Myagdi Khola ons door een indrukwekkende kloof. Als de rivier erg gezwollen is en de doorgang versperd zijn de mensen verplicht het erg moeilijk en hooggelegen pad te volgen. Dit gebeurt alleen in de zomerperiode. Onderweg zullen we een plaatsje zoeken om ons eerste kamp op te stellen. We volgen de rechteroever van de gletsjer en wanneer de kloof breder wordt, krijgen we in de verte een prachtig zicht op de TUKUCHE PEAK WEST (6.837m). Na een tijdje wordt het terrein vlakker en het wandelen ook gemakkelijker. Bewonder ook de enorme paddestoelen gevormd door rotsblokken en wegsmeltend ijs. Het gaat nog even op en neer en dan zijn we zover: het Dhaulagiri Basis Kamp (4.750m).

 

DAG 13 - Dhaulagiri Basis Kamp (4.750m)

 

Vermoedelijk zal iedereen deze rustdag kunnen gebruiken. We hebben de tijd om onze sokken te wassen. En zij die nog energie teveel hebben, kunnen de omgeving gaan verkennen. Om zich op een ideale manier aan te passen aan de hoogte is het aan te raden even boven de 5.000m te stijgen om terug te overnachten in het basiskamp.

 

DAG 14 - Dhaulagiri Basiskamp (4.750m) - French pas (5.360m) - Hidden Valley (4.900m)

 

We verlaten reeds vroeg het basiskamp want er wacht ons een moeilijke dag. De weg over de FRENCH pas is op zich niet moeilijk, maar vooral de hoogte is een handicap. Hidden Valley, de naam zegt het zelf: verborgen vallei. Dit is het gevaarlijkste gedeelte van onze tocht. We overnachten tussen twee hoogtepassen, enerzijds de French Pass (5.360m) en anderzijds de Thapa Pass (5.250m). Bij slechte weersomstandigheden kan dit een echte muizenval zijn. Hopelijk zijn de weergoden met ons. De risiko's worden anderzijds ruim vergoed. Kijk rondom U en bewonder de Tukuche Peak (6.920m), de Sita Chuchura (6.611m) en de machtige Dhaulagiri's.

 

DAG 15 - Hidden valley(4.900m) - Thapa pas(5.250) - Yak Kharka (3.990m)

 

Na een erg koude nacht moet er nog 350m geklommen worden. De klim op zich is niet moeilijk, maar weer zal het gebrek aan zuurstof ons parten spelen. Gelukkig wacht ons na de pas een afdaling. Een afdaling van 1.260m brengt ons weer bij een verlaten herdershut waar we ons kamp opslaan. De Kali Gandakivallei ligt onder ons en aan de overzijde pronkt de NILGIRI (6.839m).

 

DAG 16 - Yak Kharka (3.990m) - Marpha (2.667m)

 

Dalen en nog eens dalen is vandaag de boodschap. 1.323m gaat het naar beneden. Het pad is soms moeilijk begaanbaar. Losse steentjes, stof en modder maken het dalen nog moeilijker.We naderen nu met rasse schreden de Kali Gandaki. De bovenloop van de Kali Gandaki of in het Tibetaans de Thak Khola wordt bewoond door de Thakalis die het monopolie hebben van de zouthandel tussen Tibet en Nepal. Kleurrijke muilezelkaravanen zijn dagelijks te zien langs de Kali Gandaki route, beladen met suiker, kerosine en rijst tijdens hun heenreis, en met zout en gerst tijdens hun terugreis naar Pokhara. We hebben de keus om te logeren in een tent of lodge.

 

DAG 17 - Marpha (2.667m) - Kagbeni (2.807m)

 

Voor we Marpha verlaten, brengen we nog vlug een bezoek aan het klooster. Het is gebruikelijk enkele roepies in de offerblok te steken als bijdrage voor het onderhoud van het klooster. Marpha is ook het centrum van de fruitteelt, vooral appels. Vroeger legde men zich niet toe op deze fruitteelt. Het heeft jaren geduurd eer de inspanningen van Pasang Sherpa werden beloond. Hopelijk kunnen we een bezoek brengen aan zijn alcoholstokerij en als hij aanwezig is, zal hij ons heel vriendelijk te woord staan, zowel in het Engels als in het Frans. Deze bewonderenswaardige oude man heeft jaren terug en dit dank zij de hulp van Corneille JEST (Schrijver van een wetenschappelijke studie over Dolpo en de Tarapvallei) een kursus wijnbouw gevolgd. Deze fruitteelt heeft een bepaalde welvaart gebracht in deze streek. Hijzelf heeft ook Tibetaans gedoceerd aan een Londense universiteit.Het wordt vandaag een gemakkelijke wandeling langs de boorden van de Kali Gandhaki. We komen langs de landingpiste van Jomosom om in het dorp via een brede brug de rivier over te steken. Eens voorbij het dorp Jomosom komen we in de brede en imposante rivierbedding terecht. Rond 10 uur in de voormiddag begint het hier praktisch iedere dag stevig te waaien. Verblindende stofwolken, gelijkend op een tyfoon, draaien kolkend door de vallei. In de late namiddag bereiken we Kagbeni, het laatste dorp voor het Mustang koninkrijk. Hier hebben we weer de keuze te overnachten in tenten of in een lodge.

 

DAG 18 - Kagbeni (2.807m) - Muktinath (3.802m)

 

Een stevige klim brengt ons langs een breed pad naar het heiligdom van Muktinath. Dit is een bedevaartplaats voor zowel Hindoes als Boeddhisten.

 

DAG 19 - Muktinath (3.802m) - Jomosom (2.713m)

 

Na een bezoek aan de heilige plaatsen keren we terug naar Jomosom waar we voor de laatste maal overnachten. Om organisatorische reden gebeurt dit in een lodge. Afscheid van sommige van onze Sherpa's en dragers die te voet naar Pokhara en Kathmandu terugkeren.

 

DAG 20 - Jomosom (2.713m) - Pokhara (900m)

 

's Ochtends retourvlucht naar Pokhara. De toestand van deze piste en de weersomstandigheden zijn bepalend voor het al dan niet doorgaan van de vlucht. De vluchten in de bergen worden onderhouden door Twin-otters, vliegtuigen gebouwd door de Canadese firma "de Haviland". Deze toestellen zijn speciaal gebouwd om te kunnen landen op kleine landingspistes. Ze werden vroeger door Indische piloten bestuurd. Intussen is men volledig overgeschakeld op Nepalezen. Bij het naderen van Pokhara hebben we een uitzonderlijk zicht op het mooie Phewa meer. Na de toch wel spectaculaire vlucht belanden we in Pokhara, het voorgeborgte van de bewoonde wereld. Gedurende19 dagen hebben we alle komfort moeten missen en het zal deugd doen terug te kunnen beschikken over een degelijke accomodatie.

 

DAG 21 - Pokhara (900m)

 

Deze rustdag hebben we echt verdiend. De temperatuur in Phokara is lekker warm en het prachtige meer nodigt ons uit op een flinke zwempartij. Phokara is een klein groezelig stadje en de toeristische activiteiten concentreren zich langs de boorden van het meer. Hopelijk zijn de weergoden ons nog altijd gunstig en hebben we een prachtig zicht op de heilige Macchu Puchare (6.997m). Deze prachtige berg domineert de streek en zijn naam, visstaart, spreekt voor zichzelf.

 

DAG 22 - Pokhara (900m) - Kathmandu (1.400m)

 

Vandaag is het weer vroeg uit de veren. Na dat alles gepakt is vertrekken we samen met onze Sherpa's terug naar Kathmandu. Het grootste gedeelte van de weg is in goede staat toch blijven er enkele stukken die doen terugdenken aan een tocht door de brousse. Onderweg wordt halt gehouden voor de lunch en tegen de avond zitten we terug in ons vertrouwt hotel.

 

begin

 

Terug lijst trekkingen